Drempelvrees! Column. Door Monique van Brandwijk

Schermafbeelding 2013-12-23 om 20.14.57Enthousiasme was nou niet direct wat ik voelde toen één van onze schoolleiders mij vroeg, wat ik ervan zou vinden als we naast schoolboeken alle brugklassers met een laptop zouden uitrusten. Ik zag echter ook wel dat we niet konden achterblijven bij de razendsnelle technologische ontwikkelingen en ik zag ook wel dat het vrij treurig was hoe ik mijn leerlingen dwong tot het vol schrijven van schriftjes en het raadplegen van papieren woordenboeken.

„Thuis gaat dat veel sneller mevrouw, daar ga ik gewoon even achter de laptop van mijn moeder. Mag ik die opdracht dan geprint inleveren? Dat vindt u misschien ook wel handig, gezien mijn handschrift”. Wat kon ik hier nu nog tegenin brengen?

Neen, mijn aanvankelijke scepsis ging over het feit of ik wel controle zou kunnen houden, of ik het zelf wel kon bijbenen. Die kinderen weten immers ‚alles’ van computers en ik ‚niets’ en bovendien: willen wij als docenten niet precies weten wat onze leerlingen doen. Hoe ziet mijn les eruit als ze tijdens die les allemaal toegang hebben tot het world wide web?

Inmiddels werk ik al weer bijna drie jaar in mijn onderbouwklassen met laptops en ik zou niet anders meer willen. Een les over het bijvoeglijk naamwoord wordt zoveel zinvoller als je in een tekst, zelf getypt op je Macbook of geplukt van NU.nl: katern ‚Achterklap’, de bijvoeglijk naamwoorden kunt onderstrepen of kleuren. Je kunt ze zelfs makkelijk weghalen uit je tekst om dan direct te zien welke functie een bijvoeglijk naamwoord eigenlijk heeft. Zó komt dit naamwoord dus aan zijn naam.

Hoe heerlijk is het als de klas binnen een lesuur van alles kan opzoeken over Annie M.G.Schmidt. Aan het einde van de les volgt een korte presentatie en hé: ‚Ze schreef ook musicals voor volwassenen mevrouw’. Motiverend is het voor een leerling om zelf in korte tijd een tekst te schrijven, deze te delen met een klasgenoot die ook klaar is. Handig dat je niet hoeft te wachten op je buurman of buurvrouw om andermans tekst te kunnen beoordelen. Makkelijk ook om je tekst n.a.v. het commentaar te herschrijven. En ja, natuurlijk wordt er tijdens de les even mail gecheckt, of gefacebookt, maar is dat eigenlijk niet hetzelfde als het tijdens de les schrijven en doorgeven van briefjes, zoals wij dat deden?

De toegang tot het wereldwijde web, de kennis die de leerlingen hebben van computers en hun mogelijkheden, de drempel die ik overgestapt ben: het geeft mijn onderwijs een enorme boost. Mijn leerlingen en ik, we zouden het nu zonder Macbook maar saai vinden!

Monique van Brandwijk is docent Nederlands 

Reacties m.vanbrandwijk@clz.nl

 

Wetsvoorstel afschaffen gratis schoolboeken ontmoedigt innoverende scholen.

In 2008 voerde de toenmalige regering de wet Gratis Schoolboeken in. Die wet moest de kwaliteit van het onderwijs, de marktwerking in de educatieve sector en het innovatieve vermogen van de scholen vergroten. Lees “Wetsvoorstel afschaffen gratis schoolboeken ontmoedigt innoverende scholen.” verder

Column. Verdienmodel educatieve uitgevers is gebaseerd op kinderarbeid.

Column

 

 

Door Kees van Domselaar

 

Verdienmodel educatieve uitgevers is gebaseerd op kinderarbeid

In het voortgezet onderwijs fietsen elke ochtend honderdduizenden leerlingen met een rugzak vol schoolboeken naar school. Aan het einde van de schooldag keren zij met dezelfde volle rugzak huiswaarts. Het gemiddelde gewicht van de vracht die zij verplaatsen bedraagt zo’n 10 à 15 kilo netto, exclusief de gymspullen, de boterhammen, het flesje met drinken en wat dies meer zij. Flink belast slingeren zij zich elke ochtend een weg door het veelal drukke verkeer.

Het totale dagelijkse gewicht aan leermiddelen is uiteraard een beetje afhankelijk van de onderwijssoort. Hoe hoger de schoolsoort des te zwaarder de boekenlast. Het zij zo. Maar het gekke is, dat van de kilo’s vracht die de scholieren dagelijks vervoeren, effectief per schooldag niet meer dan één kilo wordt gebruikt: een onsje per schoolvak misschien, zijnde een paar pagina’s per afzonderlijke les.
Vooral in de onderbouw van de scholen doet het vervoer van de leermiddelen een duidelijk beroep op het vermogen van de jonge kinderen het zaakje zo te organiseren, dat het pakketje compleet is. Want wee je gebeente. Boek vergeten is niet best.  Kinderen van gescheiden ouders hebben het in dit opzicht doorgaans extra zwaar. De maandagmorgen is berucht. Dan wil er nog wel eens iets ontbreken. Een bekend fenomeen, meneer, meneer, ik ben mijn boek vergeten, ligt nog bij papa, bij mamma, bij oma of waar dan ook.
Wat die pappa’s en mamma’s betreft, daar doet zich een eigenaardig geval voor. Het lijkt erop, dat heden en verleden hier omgekeerd botsen. Want diezelfde mama’s en pappa’s verlaten ‘s morgens de ontbijttafel met in hun tas veelal niet meer dan een iPad, een laptop of een ander ‘device’. Grote mensen gaan zelden nog met de spreekwoordelijke loodgieterstas vol paperassen naar het werk. Meer en meer instellingen, bedrijven en instituten zijn papierloos aan het worden. Behalve in het onderwijs, daar sjouwen elke morgen de jonge onderdanen een bonte verzameling aan leerboeken, werkboeken en andere leermiddelen naar hun klaslokalen. Hoe langer je erover nadenkt, des te absurder het wordt.
Op het ogenblik zijn er tal van scholen die overwegen de papierstroom te digitaliseren en de leerlingen op een andere manier van leermateriaal te voorzien. In technische zin is dat heel goed mogelijk zonder dat de leerlingen de hele dag achter een laptop zitten. Zet het leerboek als pdf of als het even kan ‘interactief’ op een tablet of op een laptop. Zo heeft de leerling thuis altijd al het materiaal voorhanden. Gebruik in de les het boek. Andere varianten zijn ook goed denkbaar.
De scholen zijn alleen kopschuw een dergelijke verandering door te voeren. De ervaring leert immers, dat de educatieve uitgeverijen in deze ontwikkeling een ontmoedigingsbeleid voeren, alle goede initiatieven ten spijt. Gelet om de enorme bedragen die er in de educatieve portfoliobranche om gaan, hebben zij daar, op zijn zachtst gezegd, ook een groot belang bij. Los van de tussenhandel. Om maar iets te noemen: de jaaromzet van monopolist Van Dijk Educatief is meer dan een half miljard euro.
Het zou al een vrij simpele en heel praktische verbetering zijn als de uitgevers naast het boek ook het bestand als pdf beschikbaar stelden aan de scholen. Dat zou in ieder geval al een mooi stapje zijn op weg naar een meer interactieve benadering van de leerstof. Maar vanwege allerlei bedrijfseconomische en strategische overwegingen gebeurt het niet.
Wel kunnen scholen vaak voor veel geld per leerling toegang kopen tot een methodesite met de onvermijdelijke herhaling, verdieping en verbreding van de leerstof. Elke zichzelf respecterende papieren leermethode heeft zo’n digitale site. Alleen: door de martelgang van inlogprocedures en activeringscodes, van platform- en browserproblemen zijn zowel de docenten als de leerlingen doorgaans al afgehaakt, ver voordat de herfstvakantie is begonnen.
Het mag duidelijk zijn, dat deze stand van zaken een conserverende werking heeft op het voortgezet onderwijs. Gebrek aan digitaal materiaal weerhoudt de scholen er immers van, het onderwijs aan te passen aan de eisen van de tijd, dat wil zeggen, een grotere inzet van ict, zoals dat in alle andere sectoren van onze maatschappij al decennia lang vanzelfsprekend het geval is.
De scholen zouden de uitgevers moeten dwingen de educatieve ‘content’ te leveren in de vorm van een soort abonnement, een licentiemodel. Zo kan al het materiaal, net zo kindgericht en opgeleukt als wenselijk is, digitaal worden verstrekt. Het hele pakket kan in een paar minuten domweg worden gedownload op de eigen tablet of laptop.  Blijft over voor het gebruik op school: het boek in een sterk versoberde ‘netto’ uitvoering. Als alle partijen op deze manier een stapje vooruit zetten, maken we met elkaar op weg naar de modernisering van het Nederlandse onderwijs een zichtbare sprong.

Kees van Domselaar is schoolleider, docent en voorzitter van de MacScholenGroep Nederland.

 

 

 

 

 

De Volkskrant over MacScholenDag

IJs & Weder

Big Brother ziet alles, en de iPad is zijn oog

 Volkskrant, maandag 8 oktober 2012
 

ALEID TRUIJENS

Eerst verstond ik het verkeerd. Ik dacht dat het meisje op het schoolplein naast mijn huis tegen me zei ‘We hebben vandaag Maak- Schoon-Dag’. Dat leek me een goed idee, want de stoep ligt dagelijks bezaaid met plakkerige colablikken, halfvolle bakken met bami en Big Mac-verpakkingen – het boterhamzakje is passé. Maar nee, ze zei: ‘MacScholenDag’. Hun school hoort tot een groep die zich inzet voor het gebruik van ict in het onderwijs.

Alle kinderen op het plein hadden een fonkelnieuwe iPad in hun hand, die net was uitgedeeld. Daarmee deden ze hun eerste opdracht: voorlichting geven over de ‘MacScholenDag’.

‘Kijk’, zei het meisje, terwijl haar vingers over het scherm aaiden, ‘hierop staat voortaan álles.’ De schoolboeken, het opgegeven huiswerk, de roosters, contactgegevens van leraren, formats voor werkstukken. En natuurlijk filmpjes, muziek, internet en mail. Het meisje, dat in 2 gymnasium zat op deze school met vele nationaliteiten, sprak een hyperkeurig, houterig Nederlands. ‘Kijk mevrouw’, zei ze, ‘hier komen de boeken die ik op mijn literatuurlijst zal plaatsen.’ Ze toverde een rustiek houten boekenkast tevoorschijn, leeg vooralsnog. ‘Je mag hem mee naar huis nemen’, zei een klein, donker jongetje naast haar. ‘Om spelletjes op te spelen!’ Hij straalde – zoveel in de schoot geworpen geluk. ‘Wij hebben thuis niet eens een computer.’

‘Wat fijn!’ zei ik. ‘Alles in één tablet. Nu hoeven jullie nooit meer met zware tassen te sjouwen.’

De iPad is aan een onstuitbare opmars in het onderwijs bezig. Schoolboekuitgevers noemen zich tegenwoordig ‘educatieve mediaspecialist’ en leveren hun oude titels digitaal, met multimediale links. Er schieten bureautjes uit de grond die voorlichting geven over ‘veilig mediagebruik’ en ‘mediawijsheid’. De aloude musical in groep 8 is op veel basisscholen vervangen door een gezamenlijk gemaakte film die op Youtube wordt gezet.

‘Dat vind jij natuurlijk allemaal vreselijk’, veronderstelde een vriend van mij. Wat een onzin. Ik vind het leuk voor die kinderen, de iPad is een geweldig speeltje. Sinds wij thuis zo’n ding hebben, kan ik er nauwelijks van afblijven en ben ik verslaafd aan Ruzzle.

In het onderwijs lijkt de iPad mij vooral handig en ruimtebesparend. Je hebt inderdaad alles in één hand. De schoolleiding heeft er een middel bij om de veelgeroemde ‘transparantie’ te vergroten. Op de door hen geprogrammeerde iPad is precies te volgen wat alle leerlingen én leraren uitvreten. Smoesjes over vermiste schoolboeken, niet gekregen mail en verloren agenda’s zijn er niet meer bij. Big Brother ziet nu echt alles. Misschien kan de iPad ook een collectieve oproep verspreiden om de stoep schoon te houden.

De valkuil lijkt mij dat scholen denken met de iPad een geweldige didactische vernieuwing te hebben ingezet. Het gebruik ervan zou leraren veel tijd schelen. Nu kunnen ze nóg makkelijker tegen leerlingen zeggen: zoek het maar op. Bezette computers zijn geen belemmering meer.

Natuurlijk kun je prachtige, gevarieerde lessen bedenken met de iPad. Maar op de inhoud van het gebodene heeft de tablet nauwelijks invloed. Meer dan een drager is het niet. Een slecht schoolboek wordt digitaal niet ineens een goed schoolboek. Een leraar die niet kan uitleggen, doet dat nu niet ineens helder. Op je tablet schrijf je geen beter verhaal dan in een schriftje. Pubers grijpen niet eerder naar een e-novel dan naar de papieren versie; er staat zoveel verleidelijks op de iPad.

‘Mediawijsheid’ is nuttig en les in digitale vaardigheid eveneens. Maar dat is niet hetzelfde als verbeterde kennisoverdracht via de nieuwe media. Nog altijd ontbreekt er op school één onontbeerlijk vak: goed leren googelen, de gevonden informatie beoordelen op herkomst, betrouwbaarheid en bruikbaarheid. Als leraren losjes zeggen ‘zoek maar op internet’ geven ze een onmogelijke opdracht.

Uit een recent onderzoek van de Taalunie onder jongeren uit Nederland, Vlaanderen, Suriname en Aruba blijkt, weinig verrassend, dat jongeren intensief communiceren via sociale media. Wél verrassend: ze beseffen dat ze Standaardnederlands en de correcte spelling moeten beheersen. Ze verwachten dat de school hun spelling en grammatica leert, ook al vinden ze dat hondsmoeilijk. Want ‘anders vind je niks op Google’ en ‘word je op Facebook uitgelachen’. Je kunt je sollicitatiebrief niet beginnen met

‘Hey kil’. Gelijk hebben ze, die jongeren. Die inspanning moet het onderwijs blijven leveren. Met behulp van een iPad, een potje Ruzzle, een krijtje of een plak klei, dat dondert niet. Makkelijker is het er niet op geworden, wel leuker.

© de Volkskrant