Column – Goede raad

BKMHet vijfde uur komt m’n gymnasiumbrugklas binnen. Wieger klampt mij al aan bij de deur van het klaslokaal, als ik mijn rol van ‘gastvrouw’ sta te vervullen en dus iedereen juist daar diep in de ogen kijk. Wieger kijkt ook mij aan, doet-ie anders nooit.

“Mevrouw, mijn tas ligt nog op het sportveld, want we hadden gym en toen had ik hem bij me en nu ligt hij daar dus nog, want ik ben hem vergeten.” “Heb je je boek wel bij je?” vraag ik hem en daarop schudt hij nee. “Maar dat is niet erg hoor mevrouw, ik kijk wel met Maartje mee.” Ik zucht en verzoek iedereen, ook Wieger, te gaan zitten zodat we kunnen beginnen.

Hij zit pal tegenover mij en ik zie hem schrikken als ik de klas vraag naast hun boek ook hun laptop te pakken. “Die zit ook in mijn tas mevrouw, weet u wel die nog op het sportveld ligt. Mag ik mijn tas nu gaan halen, want anders kan ik niet meedoen en stel dat hij gejat wordt, met m’n laptop erin.” Hij kijkt mij hoopvol aan en gaat er voor het gemak aan voorbij, dat hij dán ook niet mee kan doen met de les. Ik twijfel. Zijn Macbook Air zit in z’n tas en deze ligt op een plek waar iedereen bij kan. Goede raad is duur en ik geef hem toestemming z’n tas te halen. Na een belerend praatje tegen de klas over het opbergen van waardevolle spullen in je kluisje als je gaat gymmen vervolgen we de les.

Tijdens het achtste uur wanneer ik 3-vmbo aan de praat probeer te houden, wordt er dringend op de deur geklopt. Vrijwel direct gaat deze open en verschijnt een ietwat gehaaste en nerveuze Wieger. “Mevrouw, mevrouw, ligt mijn gymtas hier nog? Ik ben hem kwijt!” De klas, blij met een verzetje, grinnikt, Susan veert op. “Bedoel je deze soms? Hij lag onder mijn stoel.” Ietwat beschaamd neemt Wieger de tas in ontvangst, kijkt mij schuin aan en druipt bedremmeld af.

Monique van Brandwijk, docent Nederlands