Column. Verdienmodel educatieve uitgevers is gebaseerd op kinderarbeid.

Column

 

 

Door Kees van Domselaar

 

Verdienmodel educatieve uitgevers is gebaseerd op kinderarbeid

In het voortgezet onderwijs fietsen elke ochtend honderdduizenden leerlingen met een rugzak vol schoolboeken naar school. Aan het einde van de schooldag keren zij met dezelfde volle rugzak huiswaarts. Het gemiddelde gewicht van de vracht die zij verplaatsen bedraagt zo’n 10 à 15 kilo netto, exclusief de gymspullen, de boterhammen, het flesje met drinken en wat dies meer zij. Flink belast slingeren zij zich elke ochtend een weg door het veelal drukke verkeer.

Het totale dagelijkse gewicht aan leermiddelen is uiteraard een beetje afhankelijk van de onderwijssoort. Hoe hoger de schoolsoort des te zwaarder de boekenlast. Het zij zo. Maar het gekke is, dat van de kilo’s vracht die de scholieren dagelijks vervoeren, effectief per schooldag niet meer dan één kilo wordt gebruikt: een onsje per schoolvak misschien, zijnde een paar pagina’s per afzonderlijke les.
Vooral in de onderbouw van de scholen doet het vervoer van de leermiddelen een duidelijk beroep op het vermogen van de jonge kinderen het zaakje zo te organiseren, dat het pakketje compleet is. Want wee je gebeente. Boek vergeten is niet best.  Kinderen van gescheiden ouders hebben het in dit opzicht doorgaans extra zwaar. De maandagmorgen is berucht. Dan wil er nog wel eens iets ontbreken. Een bekend fenomeen, meneer, meneer, ik ben mijn boek vergeten, ligt nog bij papa, bij mamma, bij oma of waar dan ook.
Wat die pappa’s en mamma’s betreft, daar doet zich een eigenaardig geval voor. Het lijkt erop, dat heden en verleden hier omgekeerd botsen. Want diezelfde mama’s en pappa’s verlaten ‘s morgens de ontbijttafel met in hun tas veelal niet meer dan een iPad, een laptop of een ander ‘device’. Grote mensen gaan zelden nog met de spreekwoordelijke loodgieterstas vol paperassen naar het werk. Meer en meer instellingen, bedrijven en instituten zijn papierloos aan het worden. Behalve in het onderwijs, daar sjouwen elke morgen de jonge onderdanen een bonte verzameling aan leerboeken, werkboeken en andere leermiddelen naar hun klaslokalen. Hoe langer je erover nadenkt, des te absurder het wordt.
Op het ogenblik zijn er tal van scholen die overwegen de papierstroom te digitaliseren en de leerlingen op een andere manier van leermateriaal te voorzien. In technische zin is dat heel goed mogelijk zonder dat de leerlingen de hele dag achter een laptop zitten. Zet het leerboek als pdf of als het even kan ‘interactief’ op een tablet of op een laptop. Zo heeft de leerling thuis altijd al het materiaal voorhanden. Gebruik in de les het boek. Andere varianten zijn ook goed denkbaar.
De scholen zijn alleen kopschuw een dergelijke verandering door te voeren. De ervaring leert immers, dat de educatieve uitgeverijen in deze ontwikkeling een ontmoedigingsbeleid voeren, alle goede initiatieven ten spijt. Gelet om de enorme bedragen die er in de educatieve portfoliobranche om gaan, hebben zij daar, op zijn zachtst gezegd, ook een groot belang bij. Los van de tussenhandel. Om maar iets te noemen: de jaaromzet van monopolist Van Dijk Educatief is meer dan een half miljard euro.
Het zou al een vrij simpele en heel praktische verbetering zijn als de uitgevers naast het boek ook het bestand als pdf beschikbaar stelden aan de scholen. Dat zou in ieder geval al een mooi stapje zijn op weg naar een meer interactieve benadering van de leerstof. Maar vanwege allerlei bedrijfseconomische en strategische overwegingen gebeurt het niet.
Wel kunnen scholen vaak voor veel geld per leerling toegang kopen tot een methodesite met de onvermijdelijke herhaling, verdieping en verbreding van de leerstof. Elke zichzelf respecterende papieren leermethode heeft zo’n digitale site. Alleen: door de martelgang van inlogprocedures en activeringscodes, van platform- en browserproblemen zijn zowel de docenten als de leerlingen doorgaans al afgehaakt, ver voordat de herfstvakantie is begonnen.
Het mag duidelijk zijn, dat deze stand van zaken een conserverende werking heeft op het voortgezet onderwijs. Gebrek aan digitaal materiaal weerhoudt de scholen er immers van, het onderwijs aan te passen aan de eisen van de tijd, dat wil zeggen, een grotere inzet van ict, zoals dat in alle andere sectoren van onze maatschappij al decennia lang vanzelfsprekend het geval is.
De scholen zouden de uitgevers moeten dwingen de educatieve ‘content’ te leveren in de vorm van een soort abonnement, een licentiemodel. Zo kan al het materiaal, net zo kindgericht en opgeleukt als wenselijk is, digitaal worden verstrekt. Het hele pakket kan in een paar minuten domweg worden gedownload op de eigen tablet of laptop.  Blijft over voor het gebruik op school: het boek in een sterk versoberde ‘netto’ uitvoering. Als alle partijen op deze manier een stapje vooruit zetten, maken we met elkaar op weg naar de modernisering van het Nederlandse onderwijs een zichtbare sprong.

Kees van Domselaar is schoolleider, docent en voorzitter van de MacScholenGroep Nederland.